|
Maar van het totale transport van warmte van evenaar naar pool komt slechts ongeveer 60% voor rekening van de atmosfeer. De andere 40% wordt door stromingen in de
oceanen meegenomen. Bij de evenaar warmt het oceaanwater op door de zon. Terwijl het dan naar de polen stroomt, geeft het die warmte langzaam weer af aan de atmosfeer,
waardoor het weer wordt beïnvloed. Dit proces van opwarming aan de evenaar en afkoeling bij de polen vindt vooral plaats in de Noord-Atlantisch Oceaan, tussen
Noord-Amerika en Europa. De golfstroom, een brede 'rivier' van snelstromend warm water, zorgt hier voor het transport van warmte. De golfstroom blijft constant nieuw
water aanvoeren. dit kan alleen maar doorgaan als het water op de bodem aangekomen wegstroomt, over de zeebodem terug naar het zuiden de Atlantische Oceaan door. Het
water stroomt rond Antarctica en in de Indische en Stille Oceaan komt het weer aan het oppervlak. Daar vandaan stroomt het water rond Zuid-Afrika en Zuid-Amerika
terug naar IJsland. Zo zijn alle oceanen dus onderdeel van een grote transportstroom van water, vergelijkbaar met een lopende band.
sluiten
|