|
Doordat de gebieden op de evenaar het meeste zonlicht krijgen warmen deze gebieden het meeste op. Hierdoor ontstaat er een
opgaande luchtstroom, die tegen het plafond van de troposfeer, de tropopauze, botst en vervolgens richting de polen stroomt. Bij de 30e breedtegraad daalt de lucht
weer om vervolgens over het aardoppervlak terug te stromen naar de evenaar. Ook lucht afkomstig van de 60e breedtegraad daalt hier en stroomt langs het aardoppervlak
terug naar de 60e breedtgraad om daar op te stijgen. Door de dalende luchtstromen op de 30e breedtegraad liggen hier de woestijnen, omdat dalende lucht opwarmt en
daardoor geen regen geeft. Ook van het poolgebied stroomt lucht over het aardoppervlak naar de 60e breedtegraad om daar op te stijgen en vervolgens weer terug te
stromen naar de polen. Bij de 60e breedtegraad ontstaan vaak depressies, doordat de koude lucht van de pool de warme lucht van de 30e breedtegraad ontmoet. Daarom
bevinden de meeste depressies zich ten noorden van Nederland.
sluiten
|